verschenen in Zeilen, maart 2003  

Tijd voor de meesterproef

terug
   
Ruim drie jaar zeilden Erna Vader, Olav Cox en dochter Vera rond de wereld. Met hun stalen Koopmans 33 Ritme. Op St. Maarten valt een onverwacht besluit: Erna en Vera gaan per vliegtuig terug. Olav staat voor de opgave de boot solo over de oceaan te zeilen.
   
Alleen. Helemaal alleen. Op St. Maarten. Het is leeg en stil aan boord, maar in mijn hoofd hoor ik nog steeds de woorden van de gynaecoloog. “Non, pas possible!”. Een routinecontrole na vijf maanden probleemloze zwangerschap bracht uit het niets een verhoogde kans op een vroeggeboorte aan het licht, en de artsen raadden Erna dringend af nog een oceaanoversteek te maken. En nu trekken bulderende staalmotoren een witte streep tussen de passaatwolken. Weg zijn Erna en Vera, op weg naar de overkant van de Atlantische Oceaan. De Ritme en ik zullen volgen, zodat we hopelijk over zeven weken weer samen zullen zijn. Verdwaasd leg ik het fototoestel weg en ga liggen. Stilte. Muziek dan maar. Met tranen.
Nu Erna en Vera daadwerkelijk weg zijn, wil ik niets liever dan ze achterna. Het plan is dat ik solo naar de Azoren zeil, en daar een opstapper aan boord krijg die meevaart naar Engeland. Wanneer alles goed gaat zullen Erna en Vera in Engeland weer aan boord komen, zodat we samen onze wereldomzeiling kunnen afronden. Maar voor het zover is moet ik eerst met de Ritme op dat Portugese eilandengroepje, ruim 2300 zeemijlen verderop in de Atlantische Oceaan zien te komen.
Afscheid van Erna en Vera.

Met z'n drieën gingen we de wereld rond, straks ga ik alleen verder.

   
Voorbereidingen voor solo Vol overgave stort ik me op het voorbereiden van mijn eerste grote solotocht. De normale voorbereidingen voor een oceaanoversteek horen daarbij, zoals het aanvullen van voorraden, bootcontrole en wassen. Maar er zijn ook wat ‘solo-voorbereidingen’.
Zo span ik banden over het dek om mijn veiligheidslijn aan te bevestigen, zodat ik buiten altijd aangelijnd kan zijn. Het vervelende is dat de zware snapsluiting waarmee je de veiligheidslijn aanhaakt aan de band, tijdens het lopen achter je aan stuitert, wat op een stalen dek gegarandeerd roest oplevert. Om te voorkomen dat ik om die reden zou stoppen met aanhaken (ik ken mezelf), splits ik aan zowel de bakboord- als stuurboordband een veiligheidslijn aan, met aan het einde een snapsluiting die ik aan het oog van mijn harnas kan klikken. De lijnen komen tot de kajuitingang, zodat ik me kan aanhaken nog voor ik buiten ben.
De CO2 cilinder van mijn harnas, die het ding kan opblazen tot reddingsvest, verwijder ik. Het lijkt me bijzonder lastig om hangend aan een veiligheidslijn aan boord te klauteren met zo’n grote gele banaan om mijn nek.
De kaarten van de aanloop werk ik zorgvuldiger uit dan normaal, omdat ik geen idee heb van mijn vermoeidheid bij aankomst. Alle waypoints in de GPS, op papier en op de kaart, zodat ik als het moet blind naar binnen kan varen.
Solo varen betekent dat er niemand is om me even snel iets aan te geven. En ook dat er geen driejarige peuter op ontdekkingstocht is. Gereedschap berg ik dan ook zo bereikbaar mogelijk op, en buiten bevestig ik een scherp mes onder de buiskap.
Om de Ritme harder te laten gaan neem ik minder water mee dan normaal, geef het onderwaterschip een extra schrobbeurt en sla extra diesel in, om me in geval van windstilte een extra duwtje te geven. En als laatste regel ik een draagbare marifoon voor in de noodton. Er varen op de route naar Europa te veel boten om alleen maar toe te kijken vanuit het reddingsvlot.
Terwijl ik de Ritme klaarmaak voor de komende tocht breek ik me het hoofd over hoe solozeilers dat eigenlijk doen met hun slaap. Slapen ze gewoon, terwijl de radar de wacht houdt? Of vertrouwen ze op hun beschermengel terwijl ze liggen te snurken? Een radar is niet aan boord van de Ritme, en met beschermengelen als wacht heb ik weinig ervaring. Voorlopig zie ik een hele nacht slapen dan ook niet als optie en een derde wekker komt aan boord om me daaraan te blijven herinneren.
Veiligheidslijn.

De veiligheidslijn is aan de band over dek gesplists om beschadiging te voorkomen. De snapsluiting haakt vast aan het oog van mijn harnas.

   
'Kom op man, wat piep je nou?' Zes dagen na het afscheid van Erna en Vera, 19 mei 2002. Met Erna en Vera gaat alles goed, en de Ritme en ik zijn er klaar voor. Maar de wind… die staat al dagenlang pal tegen. Zal ik niet nog een dagje blijven? “Kom op man, je zeilde de wereld rond! Wat piep je nou? Als je 25 knopen tegenwind al niet aankan, hoe kom je dan ooit solo aan de overkant? Het is geen storm! Wegwezen hier, je hebt lang genoeg kunnen oefenen, het is tijd voor je meesterproef. Je wilde toch altijd zo graag een stuk solo zeilen?” Ik start de motor en draai het anker omhoog. Alles alleen. Zenuwen gieren door mijn lijf, mijn handen trillen. Maar het is tijd om te gaan. In de beschutting van de baai hijs ik de zeilen, en ik voel me vrij. Weg van deze plaats waar cruisschepen de toeristen met duizenden tegelijk lossen, weg van deze plaats waar Erna en Vera uit onze reis werden gehaald. Weg hier, op weg naar de Azoren!
De windvaan stuurt de Ritme zo scherp mogelijk, noordwaarts, meer kan ze er niet van maken. St. Maarten schuift voorbij, en ik ben blij dat Erna en Vera de dreunen van de golven niet hoeven voelen. Het zou een zware start zijn geweest, zeker voor een zwangere. Beweegt de Ritme anders met minder mensen aan boord of beeld ik me dat in?
Mijn eerste solonacht slaap ik telkens een kwartier en kijk dan rond. Niets te zien. Onder werkfok en dubbel rif knokt de Ritme zich door het donker. Wanneer de zon de temperatuur weer opjaagt zitten de eerste 100 zeemijlen erop. Voel me brak, beroerd, moe, hoofdpijn. Het nieuwe slaapritme en de weersomstandigheden eisen hun tol. Gelukkig brengt weergoeroe Herb via het SSB ontvangertje goed nieuws: ik moet door dit gebied van sterke noordoostelijke passaatwind heen, en dan zal de wind afnemen tot 15 knopen uit het zuidoosten. Wat verder noordelijk ligt er over een paar dagen wel een front veel squall activiteit, maar dat is nog ver weg.
Weg van St. Maarten.

Wegwezen hier, ik heb lang genoeg kunnen oefenen. In de beschutting van de baai hijs ik de zeilen, en ik voel me vrij. Op naar de Azoren!

   
De tropen vaarwel En inderdaad wordt de Ritme een dag later niet meer non-stop overspoeld door overslaande en overwaaiende golven, en gaat ze er steeds soepeler doorheen. Een controlebezoek aan het voordek levert nog wel een nat lijf op. Blijft wennen, dat aan de wind zeilen. Op dit soort koersen zit de wasbak te ver uit het midden, en loopt steeds vol. Een pomp om de wasbak onder helling leeg te pompen zou mooi zijn. Voorlopig houd ik de wasbak dicht en poets mijn tanden boven het toilet, daar het er buiten nog te nat aan toe gaat om daar te gaan staan schrobben.
Een paar dagen na vertrek is al merkbaar dat de nachten niet meer vallen, maar door schemering worden aangekondigd. We vorderen dus duidelijk naar het noorden, op weg naar de keerkring. Het Griekse ‘trepein’, waar ‘tropen’ van is afgeleid, betekent ‘keren’. Door over de ‘trepein’-kring te varen, laat ik dus meteen de tropen achter me. Een witte tropical bird met een ragfijne lange staart krijst me vaarwel.
Net na het bereiden van een vorstelijk middagmaal, bestaand uit rijst uit St. Maarten, slappe doperwten/wortelen uit Zuid Afrika en ketjap uit Nieuw Zeeland, krijgt weerman Herb gelijk met zijn front met squalls. De wind trekt plots sterk aan en de Ritme loopt uit het roer. Het ziet er buiten vijandig uit, zeker wanneer je alleen maar gekleed bent in een onderbroek en een harnas, maar het grootzeil moet eraf. Nu! Het zeil geeft zich na een klein half uur vechten gewonnen en wanneer ik weer aanschuif aan de dis besef ik dat je een toch al niet zo sterke maaltijdcombinatie zeker geen half uurtje moet laten afkoelen. Verder dan maar met peperkoek en gekookt ei, de keuken is voor vandaag weer gesloten.
Rijst met ketjap en slappe doperwten/bonen.

Laat rijst met ketjap en slappe doperwten/bonen zeker geen half uur staan...

   
Drie wekkers Het front trekt weg en een rustig oostenwindje neemt het over. Aan de wind zeilend vaart de Ritme keurig richting Europa. Na een wat onstuimig begin gaat het nu lekker, en het solovaren bevalt me wel. Ik kan het goed met mezelf vinden, de dagen glijden voorbij en ik verveel me geen moment. Uitgebreid opstaan, radio luisteren, rondje over het dek maken, klusjes doen, eten maken, de boel een beetje schoonhouden, regelmatig rondkijken, logboek bijschrijven, lezen. ’s Avonds nog even kijken naar de zonsondergang, waarbij ik telkens het gevoel heb dat we de verkeerde kant op varen. Drie jaar lang ging de zon voor de Ritme onder, en nu zakt de zon weg in haar zog!
’s Nachts staan de drie wekkers, die net boven mijn oren tegen het schot zitten geplakt, op scherp. Elke twintig minuten gaan ze gezamenlijk af en proberen me uit mijn dromen te halen. Lukt dat, dan tijger ik naar buiten, kijk rond, zet de wekkers opnieuw en slaap verder. Opvallend is dat ik twee keer per nacht door de wekkers heen slaap, en dan na drie kwartier slapen alsnog wakker wordt. Blijkbaar de REM slaap die je als mens nodig hebt. Op deze manier lijk ik voldoende rust te krijgen, en ik voel me prima nu ik ben gewend aan dit nieuwe slaapritme.
Nu de golven rustig zijn, en de wind kalm, ben ik veel buiten. Een soort meeuw vliegt dagenlang met me mee en houdt me gezelschap. Portugese oorlogsschepen, een soort rozige kwallen die een blaas boven water houden waardoor ze kunnen zeilen, zijn dapper op weg naar Amerika. Dolfijnen vermaken me met hun vrolijke kunsten, die ze speciaal voor mij lijken te vertonen. Staand op het voordek, kijkend naar de horizon, realiseer ik me dat ik hier als mens echt helemaal alleen ben. Te gast in een andere wereld. Een overweldigende leegte om me heen, een zacht kabbelend geluid en een ondergaande zon. Dit is iets wat bijna onbereikbaar is, en ik heb het bereikt. Alle emoties van geluk tot eenzaamheid, van schoonheid tot leegte komen over me heen.
Na elf dagen zeilen zet ik precies tussen St. Maarten en de Azoren het plotje in de kaart. Halfway! Wanneer ik buiten kom om de horizon af te speuren, zie ik tot mijn grote verbazing dat er speciaal voor mij zelfs een halfway-boei is neergelegd: de Ritme passeert een losgeslagen vissersboei op drie meter afstand. Niet te geloven, blij dat het geen tanker is!
Dagen glijden voorbij en ik verveel me geen moment.

Dagen glijden voorbij en ik verveel me geen moment. Eten maken, radio luisteren, rondje over het dek maken en veel klusjes doen.

 
Precies halverwege dobbert er een boei.

Het is niet te geloven, maar precies halverwege dobbert er een boei. Alsof die speciaal voor mij is neergelegd.

   
Praten met schepen Voor vertrek vroeg ik me af of ik in mezelf zou gaan praten, maar dat valt mee. Soms om mezelf even moed in te spreken, maar dat klinkt dan als zo’n onderbreking van de oceaangeluiden dat ik maar weer gauw mijn mond houd. Wel spreek ik regelmatig met schepen die in de buurt zijn. Ik kom er ongeveer één per dag tegen, veel meer dan we elders op de wereld tegenkwamen. Over de marifoon mag ik meestal uitleggen waarom ik alleen in een klein bootje op deze plas ronddobber. “Ah, your wife left you, I understand! But do you really think you can win her back by crossing an ocean?” Keer op keer verzekeren de opvarenden me dat ze me al een tijdje in de peiling hadden. De tijd dat hier op deze snelweg schepen voeren zonder goede radar lijkt echt voorbij, en volgens hen zou ik net zo goed de hele nacht kunnen doorslapen.
Net wanneer ik er serieus over zit te denken ’s nachts maar eens een T-shirt te gaan dragen -het begint zo noordelijk toch wat kouder te worden- maakt weerman Herb melding van een zware stormdepressie die zich ten westen van mij ontwikkelt, en zich langzaam in de richting de Azoren zal gaan bewegen. Het zal erom spannen of ik de storm voor kan blijven en op tijd het rustige weer van het Azorenhoog kan bereiken. Het naderende stormweer gaat in ieder geval gepaard met een front met wind en dus meer snelheid. De kansen om het ergste weer voor de blijven nemen voorlopig dus wat toe.
Ik spreek regelmatig met schepen die in de buurt zijn.

Ik spreek regelmatig met schepen die in de buurt zijn. Ik kom er ongeveer één per dag tegen, veel meer dan we elders op de wereld tegenkwamen. Keer op keer verzekeren de opvarenden me dat ze me al een tijdje in de peiling hadden.

   
Windvaan ontkoppelen? Met de toenemende snelheid wordt het ook mogelijk de windvaanontkoppellijn eens uit te proberen. Zeilend op groot water hanteren Erna en ik de regel: naast de boot is dood. Vandaar dat ik zeker tijdens deze trip non-stop ben aangelijnd. Maar stel nou dat je solo varend toch van boord valt, is er dan een tweede kans? Ja, wanneer je Ritmes windvaan kunt ontkoppelen. Ze zal dan oploeven en redelijk op één plek blijven liggen. Vandaar dat ik een lijn heb gemaakt om achter de boot aan te slepen, die de stuurlijn van de windvaan kan lostrekken van de helmstok. De knalgele lijn is 70 meter lang, zodat je bij een bootsnelheid van 6 knopen ruim 22 seconden de tijd hebt om in het zog van de Ritme te zwemmen, de goed zichtbare lijn te pakken en er een ruk aan te geven. Tot zover het idee, nu de werkelijkheid.
Bij het uitvieren van de 6 mm dikke lijn blijkt al snel dat de wrijving, slepend door het water, te groot is. De snelheid van de Ritme loopt ruim een halve knoop terug. Dat scheelt op een tocht als deze al gauw drie dagen varen. Daarbij trekt de lijn zo hard, dat ik bijna niet kan voorkomen dat de stuurlijn vanzelf losgetrokken wordt. Een sterke dunne nylon vislijn zou beter zijn. Maar dan wel een fel gekleurde, die ook nog eens niet te erg in je handen snijdt en niet zinkt. Helaas heb ik die niet, en ik besluit voorlopig maar niet van de Ritme af te vallen.
Olav op weg naar de Azoren.

Zeilend op groot water hanteren we de regel: naast de boot is dood. Vandaar dat ik zeker tijdens deze trip ben aangelijnd.

   
BAWOOSH! Uit Herbs weerberichten leid ik af dat ik geluk heb: de stormdepressie loopt niet langer op me in, en over tweehonderd mijl vaar ik het rustige weer van het Azorenhoog binnen. Met een beetje geluk blijft de echte ellende, waar veel boten op nog geen honderd mijl achter me mee te maken hebben, mij bespaard. Nog even doorbijten, en onder enkel rif stuiterend de nacht in, om de snelheid er in te houden.
Maar om vier uur ’s ochtends vind ik het welletjes. Pijn in mijn rug van het schrapzetten in mijn kooi, verwarde golven vallen aan of het mokers zijn. BAWOOSH! De Ritme schudt en siddert. De wind neemt toe, in plaats van af, hoogste tijd voor een tweede rif. Jas en harnas aan, veiligheidslijn aanklikken en op blote voeten naar de mast. BAWOOSH! Nog net op tijd weggedoken. Snel terug naar de kuip om de koers te verleggen, zodat er minder water overkomt. Opnieuw naar de mast. Val los, sleuren aan het zeil, reefoog aanhaken en hijsen maar. BAWOOSH! Aarg, toch nog nat. Een meter verplaatsen, vasthouden!, en lieren aan de reeflijn. Die rottige lierhandle wil er niet in…vooruit…ja. Loopt het zeil niet klem aan het uiteinde van de giek? Nee, mooi zo. BAWOOSH! Ja ja, ik ben al nat. Doorlieren en het zeil staat er met twee reven netjes bij. Begint het nou opeens minder te waaien? Wat loopt de Ritme opeens soepel! En zit daar niet een klein stukje blauw in de lucht? Onvoorstelbaar wat een verschil een rif kan maken. Windvaan verstellen en naar binnen. Ik denk dat ik maar eens in mijn nest blijf liggen tot een uurtje of negen. Da’s toch een mooi voordeel van solozeilen, je kunt je eigen tijd indelen. Nog ruim vier uur slaap, en maar twaalf keer gestoord worden door drie wekkers. Wat een feest!
De windvaanontkoppellijn.

De windvaanontkoppellijn. Deze gele lijn loopt vanaf de helmstok over een blokje in het achterstag, dan terug naar de hekstoel en de rest van de 70 meter lange lijn sleept achter de Ritme aan. Het zwarte elastiek dat door de kuip loopt moet voorkomen dat de gele lijn de stuurlijn al ontkoppelt door de kracht die ontstaat door het slepen.

   
Verschillen tussen solo en gezin Langzaam neemt de wind af en worden de golven rustiger. Het Azorenhoog neemt me in bescherming. Rustig motorzeilen begint, en ik vind dat ik mijn portie taai weer voor deze trip wel heb gehad.
Tijdens de achttien dagen dat ik nu zeil zijn er twee boten zoekgeraakt. Een sologezeilde 27-voeter, op weg naar Amerika, en een 54-voets schoener die ruim een maand geleden naar de Azoren vertrok. Niemand heeft meer iets van ze gehoord. Wat heeft zich afgespeeld aan boord, hoe heeft de bemanning zich gevoeld? Het zijn berichten waardoor je weer op scherp komt te staan. Het kan iedereen gebeuren, blijf alert, zeker die laatste mijlen!
De verschillen tussen solo, met zijn tweeën of met een gezin zeilen zijn groot. Veruit het gemakkelijkst vind ik het zeilen met zijn tweeën. Er is dan voldoende tijd voor slaap, jezelf en het delen van ervaringen. En je kunt goed inspelen op de omstandigheden: wanneer de golven vervelend zijn lig je lekker te lezen, en wanneer het rustig is kook je eens wat uitgebreider. Voor wat dat betreft wint het solozeilen het van zeilen met een gezin: je kunt de tijd indelen zoals dat het beste uitkomt en de oceaan het vraagt, zonder rekening te hoeven houden met voorleesuurtjes, de slaap van je partner of een ontbijt dat gemaakt moet worden om het ritme er een beetje in te houden. Mijn grootste probleem met solozeilen is slaap in combinatie met uitkijk houden. Met goed weer en weinig boten om me heen gaat dat wel, maar na een paar dagen slecht weer en weinig slaap moet ik er niet aan denken alleen te zijn met veel boten om me heen. Vandaar dat er een opstapper mee zal varen naar Engeland. Solozeilen zou absoluut gemakkelijker zijn met een radar aan boord die je soms de gelegenheid geeft om wat langer te slapen dan twintig minuten.
Langzaam neemt de wind af.

Langzaam neemt de wind af en worden de golven rustiger. Het Azorenhoog neemt me in bescherming.

   
Kolossale oceaanbewoner Nog honderdvijftig mijl te gaan. De motor ronkt, en met drie knopen snelheid koerst de Ritme over een vlakke oceaan op het eiland Faial af. Om 04.30 gaat het vrolijke wekkertrio voor de zoveelste keer af deze nacht. Slaperig ga ik op het brugdek zitten, pak me vast aan de buiskap en trek mezelf omhoog om rond te kunnen kijken. Exact op dat moment barst het glazige wateroppervlak naast de Ritme open, blazend en kolkend, mijn hart slaat over. Een grote donkere massa komt boven, zwemt met de Ritme mee, schurkt zich er tegenaan en duwt een beetje. Een potvis! Ik zit en kijk, verstijft, absorbeer het beeld, en dan ontspan ik. Ik jubel! De kolossale oceaanbewoner neemt er alle tijd voor en lijkt te willen spelen. Hij duikt onder de boot door, raakt soms de kiel, maar dat doet hem en de Ritme niets. Kijkend naar de gehavende rugvin heeft hij ervaring met boten. Wanneer ik een stuk in de mast klim (niet aangelijnd…) draait hij zich op zijn zij en kijkt wat ik doe. Na twintig minuten houdt hij het voor gezien en verdwijnt, mij achterlatend met een van de meest indrukwekkende ervaringen die ik ooit heb meegemaakt.
De dag van aankomst is het slecht weer, het regent, en er is niets te zien van de eilanden. Ruim van tevoren ben ik, begeleid door springende dolfijnen, al op het voordek aan het rommelen om alles klaar te maken. Want solozeilen betekent voorbereiden, dus landvasten en stootwillen komen aan dek en de genua strijk ik alvast. En dan klaart de lucht opeens op, en het eiland Faial is zichtbaar en dichtbij. Een lappendekenlandschap, glooiend groen, niet echt hoog, met overal heggen om de gewassen tegen wind te beschermen.
Een uur later meer ik de Ritme zonder schade in de overvolle haven van Horta af. Verbaasde vrienden die niet begrijpen waar Erna en Vera gebleven zijn, lenen me een telefoonkaart. Alles goed thuis. Opluchting. Nu is mijn solotocht pas echt volbracht. Als beloning mag ik het lijntje trekken op de opblaasglobe. Nederland is nog maar een paar centimeter! En nou snel op zoek naar een douche en iets te eten, die Azoriaanse schildering op de kademuur komt later wel.
Een potvis!

Slaperig ga ik op het brugdek zitten, pak me vast aan de buiskap en trek mezelf omhoog om rond te kunnen kijken. Exact op dat moment barst het glazige wateroppervlak naar de Ritme open, blazend en kolkend. Een potvis!

 
Nog maar een paar centimeter naar Nederland...

Nog maar een paar centimeter naar Nederland...

   

Einde van een wereldreis, begin van nieuw leven

En hoe verging het Erna en Vera? Ze kwamen natuurlijk heelhuids in Nederland aan en togen weken later naar Engeland, waar Olav na een probleemloze duotocht vanaf de Azoren aankwam.

Vera kijkt verbaasd naar de vleugel van het vliegtuig. “Mam, hij beweegt!” We landen zo bij Plymouth, Olav haalt ons op. Zeven weken lang ben ik van de Ritme weggeweest. Met de zwangerschap is alles in orde, een storm in een glas water. Ik heb me zorgen gemaakt om Olav die alleen op de oceaan zat. Nu weet ik wat we onze ouders hebben aangedaan, zeilend over de oceanen, en dat ook nog eens met hun kleinkind.
Het weerzien is onwerkelijk, er is zoveel te vertellen. Maar binnen een paar dagen zijn we weer helemaal bijgepraat, en beginnen met zijn drietjes aan de laatste etappe. Via de Engelse zuidkust en de Kanaal Eilanden varen we in dagtochten naar Nederland. Het type boten wat we zien verandert naarmate we dichter bij huis komen. Steeds meer zijn het boten die een paar weken op vakantie zijn, met glimmende rompen en krakend witte zeilen. We vallen wat uit de toon met onze roeststrepen, aangegroeide antifouling en verschoten vaatjes aan dek. Bij de Belgische kust wanen we ons al in Nederland, zoveel rood-wit-blauw wappert er in de havens.
En dan verwisselen we in de sluis van Vlissingen de zee voor binnenwater. Ruim drie jaar en 40.000 mijl eerder lagen we hier ook, met de neus de andere kant op. Een andere boot in de sluis vroeg toen waar we naar toe gingen. We stonden met onze mond vol tanden en mompelden iets van: “de Kanaal Eilanden en nog wat verder”. Wat moet je zeggen op zo’n moment? “Oh, de wereld rond!”, zoiets? We konden het toen zelf amper geloven. En nu ligt er opnieuw een boot bij ons in de sluis. Waar we vandaan komen? “Blankenberge”.
In de gastvrije stadshaven van Zierikzee halen ouders en vrienden ons met toeters en bellen officieel binnen. We hebben er gemengde gevoelens bij. We hebben het gered! Maar het is tevens het einde van een prachtige wereldreis. En tegelijkertijd ook het begin van een nieuw leven. Voor onszelf, we zullen immers in een huis gaan wonen, en weer aan het werk gaan. Maar ook voor ons vierde bemanningslid. Nog één maand, en dan zal hij of zij geboren worden.

Horta aandoen is een muurschildering maken.

Horta aandoen is een muurschildering maken; samen met opstapper Hajo, die tot Engeland mee zeilt.

 
Aankomst in Zierikzee.

In de gastvrije stadshaven van Zierikzee halen ouders en vrienden ons met toeters en bellen officieel binnen. We hebben er gemengde gevoelens bij. Einde van een prachtige wereldreis. En tegelijkertijd ook het begin van een nieuw leven.

naar boven
terug